De kunstenaar en zijn oeuvre
Herman Bing is de kunstenaarsnaam van Ad Hemels, geboren in Alkmaar op 16 december 1948 en daar overleden op 14 augustus 2022.
Zijn werken op papier vormen het meest opvallende deel van zijn oeuvre. Tekenen speelde een belangrijke rol in zijn lange kunstenaarsloopbaan. Van notitieboekjes tot uitgewerkte tekeningen: zijn werk biedt inzicht in zijn kijk op de wereld en daarmee in de kern van zijn kunstenaarschap.
“Mijn werk is een voortdurende dialoog tussen het gevondene en het gecreëerde, tussen traditie en experiment. Elk werk is een poging om de essentie van de menselijke ervaring in materiaal en vorm te vatten.”
Naast zijn avonddiensten bij de post besteedde Bing zijn vrije tijd aan tekenen, knippen, plakken en construeren. Slechts een handvol mensen zag de resultaten. Pas in de laatste vijftien jaar van zijn leven liet hij zich door bekenden aanmoedigen om zijn werk, soms aarzelend, met een groter publiek te delen. Hij gaf onder meer zelf boeken met zijn werk uit en nam vanaf 2012 deel aan verschillende tentoonstellingen.
Herman Bings werk is omvangrijk en is, op enkele uitzonderingen na, bij elkaar gebleven. Verkopen was voor Herman geen optie. Hij leek maar moeilijk afstand te kunnen doen van zijn werk.
Dat gold ook voor het tentoonstellen ervan. Tijdens zijn leven waren er verschillende exposities, maar het kostte altijd veel moeite om hem tot deelname te bewegen. Hij associeerde tentoonstellingen met grootschaligheid, waartegen hij naar eigen zeggen een sterke afkeer had. Dat hangt ongetwijfeld samen met zijn behoefte aan intimiteit.
Zijn oeuvre is omvangrijk en zeer gevarieerd: in totaal ongeveer 4.200 tekeningen, schilderijen, collages, fotomontages, assemblages, typoscripten, ansichtkaarten en Luciferalia: luciferdoosjes met beschilderde en versierde voorkanten.
Tekenen was altijd al zijn grote belangstelling. Hij deed er verschillende markante uitspraken over.
Na zijn jeugd lag het tekenen lange tijd stil.
De jaren na zijn terugkeer naar zijn geboortestad stonden vooral in het teken van studie. Hij verdiepte zich in uiteenlopende onderwerpen, maakte aantekeningen en schreef onder meer poëzie. Pas in 1983, op wat hij een “media vita”-moment noemde, begon hij plotseling weer te tekenen. Een bestaand kunstwerk, dat helaas niet meer te achterhalen is, bracht naar zijn zeggen een soort tekenwoede teweeg die bijna veertig jaar in volle intensiteit zou aanhouden.
Aanvankelijk herontdekte hij het tekenen in de marges van zijn schrijfwerk. Hij beschouwde zichzelf als een niet-didact: zonder leermeesters, maar geleid door lichtende voorbeelden. Gaandeweg besefte hij dat tekenen voor hem niet alleen plezierig en interessant was, maar misschien ook een late roeping.
In zijn tekeningen zijn verschillende fasen te onderscheiden, verbonden aan de onderwerpen waarmee hij zich bezighield. Daaruit ontstonden onder meer de volgende reeksen.
Opuscula Minuscules
Honderden kaarten op A6-formaat, waarop hij vanaf 1983 tekende en plakte. De kunstenaar omschreef ze ook als “klein afval en ander puin”. Hij zag de kleine tekeningen als “kleine tekendingen en schietgebedjes, geplakt op archiefkaarten, als beschermers tegen het kwaad in welke vorm dan ook”.
Ock à Eck
In zijn woorden een “gek beeldverhaal met neuroses die van onderwerp naar onderwerp zwerven, een mengeling van roes en bedwelming tegenover lusteloosheid, waarin verschillende verhaallijnen door elkaar lopen”. De beelden combineren tekeningen, fotocollages en tekst. De reeks telt meer dan 600 beelden en laat zich lezen als een prentenboek. De inspiratie kwam voort uit een conference die hij in 1995 hield tijdens de feestelijke viering van een huwelijksjubileum van zijn ouders.
Codex Violet
Volgens Herman zijn magnum opus: een subtiel netwerk van zones en overgangen. Het ultieme droomtekenboek, jaren werk verzameld in enkele kilo’s dikke boeken, elk met een eigen kleur en titel. Over dit project merkte hij op: “Ik ben altijd bang geweest dat de voltooiing van de Codex mijn leven op een bepaalde manier zal leegmaken.” Anders dan bij Ock à Eck staat in de Codex het tekenen centraal.
Luciferalia en kijkkasten
De Luciferalia noemde hij “mijn particuliere portrettengalerij, een beklemmende verzameling pausen, prelaten, clowns en perverselingen”. Over de kijkkasten merkte hij op: “Alledaagse voorwerpen krijgen een magische uitdrukkingskracht.”
Zijn woning en atelier
Herman woonde meer dan vijftig jaar in hetzelfde appartement, in een wijk aan de rand van het centrum van Alkmaar. In de loop der jaren veranderde de woonkamer in een atelier: met enorme boekenkasten langs de muren, een tafel en een stoel, omringd door tekeningen, attributen, kijkkasten met kleine kunstwerken en spiegels.
Geleidelijk kreeg de ruimte zelf het karakter van een kunstwerk.
Herman noemde zijn woning het bovenhuis of de rommelkamer. Een groot deel van de inrichting is vastgelegd op foto’s. Een selectie daarvan is bedoeld voor een video op YouTube.
Tentoonstellingen
Tijdens zijn leven en na zijn overlijden waren er verschillende tentoonstellingen, onder meer in Alkmaar, Bergen, Dordrecht en Lauzerte in Frankrijk.
De artistieke nalatenschap
Na zijn overlijden ging zijn artistieke nalatenschap over naar de stichting die hij zelf had opgericht: Stichting Beheer Collectie ‘Herman Bing’.
Stichting Beheer Collectie Herman Bing
De stichting wil het werk van de kunstenaar bij een breed publiek introduceren. Zij is erfgenaam van zijn volledige artistieke oeuvre, inclusief zijn literaire werk. Door de collectie actief te beheren en museale tentoonstellingen te organiseren, houdt de stichting Herman Bings werk levend voor het publiek.
Mobiel museum
Het mobiele museum van Herman Bing heeft geen vaste locatie. Het organiseert op eigen initiatief en op verzoek tentoonstellingen op verschillende plaatsen.
